Met tientallen jaren ervaring in de aardappelsector en een sterke focus op resistente aardappelrassen zet Sloots Aardappelkweekbedrijf dit jaar een nieuwe stap: voor het eerst is het bedrijf aanwezig als standhouder op de Aardappeldemodag. Niet alleen met een stand, maar ook met een eigen demoveld vol nieuwe frites-, chips- en tafelaardappelrassen. Voor accountmanager Bernardus Smits is de deelname een logische keuze. “Als je als kweekbedrijf zichtbaar wilt worden en nieuwe rassen wilt laten zien, dan moet je ergens naartoe waar telers en verwerkers samenkomen.”
Smits werkt al ruim 25 jaar in de aardappelsector en kent vrijwel iedere schakel binnen de keten. Vanuit de pootgoedsector groeide hij door naar functies binnen handel, verwerking en aardappelinkoop. Sinds begin dit jaar is hij actief als accountmanager bij Sloots Aardappelkweekbedrijf. “Wat hier mooi samenkomt, is eigenlijk de hele aardappelketen,” vertelt hij. “De keten begint uiteindelijk bij het ras. Dat begint bij een kweker.”
Sterke focus op resistenties
Die focus op nieuwe rassen zit diep verankerd in het bedrijf. De familie Sloots begon al generaties geleden in de Veenkoloniën met het kweken van resistente aardappelrassen. In een regio waar intensieve aardappelteelt zorgde voor veel ziekten en plagen, werd bewust gekozen voor resistentie in plaats van alleen chemische bestrijding. “Dat zit nog steeds in het DNA van ons bedrijf,” legt Smits uit.
Vandaag de dag richt het kweekbedrijf zich niet alleen meer op zetmeelrassen, maar ook op rassen voor frites, chips, export en de versmarkt. Daarbij blijft resistentie een belangrijk uitgangspunt. Vooral phytophthoraresistentie krijgt veel aandacht binnen het kweekprogramma. “Wij werken al meer dan zes jaar mee aan het Bio-Impulse-project om phytophthoraresistentie in aardappelen te krijgen,” vertelt Smits. “Dat doen we niet alleen in zetmeelrassen, maar juist ook breder richting frites en chips.”
Volgens Smits wordt die ontwikkeling steeds belangrijker door strengere regelgeving en het afnemende middelenpakket. “In landen zoals Denemarken zijn bepaalde middelen al verboden en mogen telers nog maar beperkt spuiten. Dan zie je ineens dat de vraag naar resistente rassen snel toeneemt.”
Demoveld met resistente frites- en chipsrassen
Juist daarom kiest Sloots ervoor om zich op de Aardappeldemodag nadrukkelijk te presenteren met een demoveld. Bezoekers krijgen acht verschillende rassen te zien: twee tafelrassen, drie chipsrassen en drie fritesrassen. Zowel de chips- als fritesrassen beschikken over phytophthoraresistentie.
“Wij willen laten zien waar we als kweekbedrijf mee bezig zijn,” zegt Smits. “Veel van die rassen zijn nog jonge nummers die nog niet officieel zijn aangemeld, maar dit is wel de richting waarin wij geloven.”
De keuze voor deelname aan de Aardappeldemodag kwam voort uit de wens om zichtbaarder te worden binnen de sector. “Met een eigen demoveld op de Aardappeldemodag kunnen we als kweekbedrijf precies laten zien waar we mee bezig zijn. Uiteindelijk is er niets mooier dan nieuwe rassen gewoon in het veld aan telers en verwerkers te laten zien.”
Het gesprek aangaan met de sector
Tijdens de Aardappeldemodag draait het voor Sloots niet alleen om het tonen van nieuwe rassen, maar vooral om het gesprek met de sector. Volgens Smits is die input onmisbaar voor het ontwikkelen van succesvolle aardappelrassen.
“Als kweker bedenk je niet alleen achter een bureau wat een goed ras moet zijn,” zegt hij. “Juist de gesprekken met telers, verwerkers en andere mensen uit de sector zijn belangrijk. Daar hoor je wat er gezocht wordt en welke eigenschappen belangrijk zijn. Die informatie neem je weer mee in je kweekprogramma.”
De Aardappeldemodag ziet hij daarom vooral als ontmoetingsplek voor kennisdeling en praktijkervaring. “Wij hopen vooral mooie gesprekken te voeren, feedback te krijgen en te laten zien waar wij als bedrijf naartoe willen. Uiteindelijk moet een goed ras niet alleen technisch goed zijn, maar ook echt aansluiten op wat de markt nodig heeft.”
